De reis in een conservenblik

Dolle dwergen

De dolle dwergen deel 2

Broed pad zat op zijn steen en keek naar Repel, die languit in het water lag na zijn val, hij scheen van zijn bad te genieten en helemaal afwezig te zijn. Hij was weer bij zijn kameraden in gedachten, nu nog vier! Na het vreselijke voorval van hun kaboutervriend die in een boom was gaan huizen na zijn botsing daarmee, besloten de overige vier er maar een avontuur van te maken, het kon immers zo afgelopen zijn met hun vrije kabouterleven. "Lopen doe ik niet meer daar word je moe van" zei Slungel de langste. "Het zal toch nog even nodig zijn, totdat we een vervoermiddel gevonden hebben". Zei Dikkie het bolletje, ja zo dik was hij en hij ging er trots op zo lekker rond te zijn. "Wat zie ik daar" zei Gijnoog, hij had een lapje voor het andere oog, daarmee was hij vroeger tegen een doorn van een acacia tak gelopen, en zodoende was hij zijn oog nu kwijt, verloren. Zo leek hij op een zeepiraat, en piratenstreken uithalen kon hij. "Ik zie het, zei Langneus, dat blik bedoel je met dat stuk touw eraan, dat heeft een jongen verloren met bliklopen". "Dat is maar een deel zei Gijnoog, zie je die wolf daar op dat meisje loeren met dat rode kapje op?
Die gaan we verassen! Ik maak een lus aan het touw en doe het zo hoog mogelijk om zijn staart, zo gauw je ziet dat het touw vast zit gaan jullie in het blik zitten houd je goed vast en laat wat plaats, zodat ik er ook nog in kan springen". Behoedzaam het blikje achter zich aan slepend sloop hij naar de wolf, die liet geen oog van roodkapje die bloemen voor haar grootmoeder aan het plukken was.
Even later zat de strik tot boven aan de staart van de wolf. Gijnoog lette wel op de staart niet te beroeren, dat viel echt niet mee tegen de haren in. De drie andere kabouters waren voorzichtig in het blik geklauterd. "We lijken wel sardientjes" zei Dikkie, "ik ruik het" zei langneus, "geen grapjes nu" gromde Slungel, die juist iets had laten vliegen, "het ontschoot me" zo mompelde hij.

Gijnoog ging nu voor de wolf staan, "ben jij de wolf die de grootmoeder van roodkapje wil verslinden"? "ja” zei de wolf verbaast, “hoe weet jij dat", "dat zeg ik je als je me vertelt wat je daar aan je staart hebt hangen, mag ik even kijken»? "Ja" zei de wolf verbaast. Gijnoog liep brutaal naar het blik toe, trok heel hard aan het touw en sprong in het blik. De wolf maakte een luchtsprong dat Roodkapje van schrik het bosje bloemen liet vallen en hard wegliep met haar mandje.
De wolf begon in het rond te lopen om het blik te pakken dat hem aan zijn staart volgde, maar toen het hem niet lukte begon hij rechtuit te rennen. De vier in het blik werden behoorlijk doorelkaar geschud en ze verbaasde zich over de snelheid waarmee ze langs de paden en velden snelden zonder te lopen. "Veertig kilometer per uur" zei Gijnoog, "Ideaal zei Slungel, niet lopen dus"!
"Trek nog eens aan zijn staart met het touw" zei Dikkie, "Dat zal ik wel even doen" zei langneus, het gevolg was een luid gehuil en de bomen langs de kant leken één muur te worden, dat ging hard! Word vervolgd.

Thl4706345 Auteursrechten VVDW

 

 

Home