Het geheim van de vrolijke eekjes

Nieuwetijdsprookjes

Kinderverhalen

Nieuwe tijdsprookje geschreven door Thl.

Heel lang geleden, wel zestig jaren terug in de tijd, toen de wereld nog groen was en wemelden van de dieren. De koeien nog een troetelnaam hadden en de vrienden van de boer en boerin waren. Het varken bij sommige gewone mensen in de schuur stond en knorde van vreugde, als het afval van het middagmaal te eten kreeg. Met soms de rest van een toetje, zelfgemaakt van echte chocola met opgeklopte room, direct van de koe. Het smakken was dan niet uit de lucht, wat kon Geertruida dan genieten.
Voor de tijd dat de uitvinding van de auto en de kettingzaag. De azuurblauwe hemel en de geurende groene bossen in snel tempo gingen veranderen. En steeds meer van de natuur verdween onder het asfalt, waarover snelle onwelriekende vierwielige door vuur aangedreven monsters moesten rijden En zoetjes aan ook in dorpen en steden de lucht waarlijk verzuurden om een tweevoeter te verplaatsen die daar dan in ging zitten, om zo maar ergens snel heen te gaan om iets ver te gaan halen dat heel dichtbij ook wel te vinden of te maken was. Voor die tijd waren er nog vrolijke Eekjes, · flitsend snel renden ze langs de takken van de bomen hun mooie pluimstaart gebruikend om handig van de ene tak op de anderen te komen.
Ze waren niet jaloers op de vogel, die kon immers alleen maar ietsjes verder van de ene boom naar de anderen. Ja, ze wisten echt wat het gevoel van vliegen was. Mooi roodbruin was Plisje en de andere die schijnbaar Plisje zijn vriendje was heette Palsje. Samen dolden ze door de bomen en als ze honger hadden, geen nood. Het dennenbos hangt vol rijpe dennenappels op dat moment. Plisje knaagde een dennenappel van de tak af en ging hem zitten pellen, wat heerlijk die pitjes. Onder het eten legde hij de mooiste pitjes in een holletje van de tak waar hij op zat. Bomen leven immers niet voor eeuwig, je moet alles op tijd vermeerderen als je ervan wilt blijven eten.
Je doet dat niet voor je eer, of voor geld zoals "mensen" dat allen doen. Maar uit liefde voor alles wat is. Toen hij klaar was met snoepen nam hij het verzamelde voedsel in z'n bek en ging de boom uit. Roef, langs de stam naar beneden. Hij zocht een open plek aan de overkant van de zandweg, snuffelde aan een pepermuntplant die daar groeide en liet zich niet langer afleiden en groef de pitjes in. Nee, niet allemaal in een gaatje! Hij maakte een tweede en een derde. Zorgvuldig deed hij er daarna zand over. Daarna liep hij rond en zag dat er al heel wat kleine boompjes bijgekomen waren, het werk van vorige jaren. Hij riep Palsje even en daar kwam die al aan, snuffelde goedkeurend aan de jonge dennenboompjes en giebelde wat. Palsje at liever hazel- en walnoten, dat was zijn specialiteit. “Phoe”, wat had hij al vele noten bomen gepland! En nog veel meer hazelaars.
Het vervelende was, dat veel ervan door de mensen uitgegraven werden. En waren ze eenmaal groot, dan werden ze omgezaagd. Die tweevoeters hadden schijnbaar niet door, dat zij het werk van mede viervoeters te niet deden. Van delen en iets zelf doen hebben ze geen kaas gegeten. En evenmin nootjes! Veel tijd om verder te dromen had hij niet, dichtbij was knetterend een vierwieler gestopt, door een blauwachtige mist heen kwam er een jong tweevoetertje uit, · gevolgd door een veel grotere, die ook van boven een blauwe rookwolk uitblies waardoor heen zijn kop maar langzaam zichtbaar werd.
Verbaast keek Plisje toe. Het tweevoetertje rende op hem af en lopen kon die, dat was zeker. Snel rende Plisje en Palsje het bos in elk in een andere boom. Palsje keek naar beneden toen hij de boom voelde schudden en greep zich snel vast aan een tak, sprong daarna snel in een andere boom, die prompt ook heen en weer geschud werd, hij viel bijna naar beneden. Hij mocht er niet aan denken. Want daar onder liep ook nog blaffend een vierpoter, waf, waf, grrrrr. Plisje was gered en ging toen de andere kant op om zo via een omweg Palsje te vervangen.
Ze zouden dat tweevoetertje wel eens moe maken. Snel ging hij uit de boom, om vlak voor de tweevoeter in een andere boom te klimmen dan die waar Palsje in zat. Het lukte! Even later zat de tweevoeter achter hem aan en Palsje kon even rusten. Het duurde niet lang of er klonk een toet, toet, wat later reed met een vrolijk geknetter en gerammel een dikke rookwolk achterlatend, de vierwieler weg.
De rust in het bos was weergekeerd. De vogeltjes zongen en deden hun werk, ijverig in elk plantje en boompje van blaadje tot blaadje inspecteren of er geen kevertje of wormpje te veel in zat. Was dat zo, dan mocht het een beetje vogel worden en mee verder vliegen als vogel. Plisje en Palsje gingen weer zaden van bomen planten, wie zou het anders doen?
Mensen verbruiken ze alleen maar! Ze zouden iets van Plisje en Palsje kunnen leren, al zeggen sommige van hen, dat ze meer bomen aanplanten dan ze omzagen om te gebruiken. Dat klinkt heel komisch. Het zou dan slimmer zijn de te planten bomen maar te gebruiken. Dat zou enorm veel onzinnig werk van omzagen besparen. Maar ze zijn wel eerlijk het is waar wat ze zeggen, maar wij Eekjes weten wel beter!
Wat ze aan boomgewicht omzagen is meer dan 1000 kilogram! Wat ze planten hoogstens duizend milligram! Maar mensen vinden nu eenmaal dat ze de meester zijn en slimmer dan de natuur. En zo leggen ze zich zelf in de luur (Luiers)
Papopel doet zoals Plisje en Palsje! Doe je mee? Hij plantte al meer dan tweeduizend bomen. Waarin de Eekjes genieten en veel van zijn werk hebben overgenomen.
Thl0601081 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet.

 

 

Home