Papopel 's tuintje

Nieuwetijdsprookjes
Waar gebeurd nieuwe tijd verhaal geschreven door: Thl.

De zon werpt speels zijn stralen tussen bomen en struiken. Hun bladeren worden tot mooie lichtgroene doorzichtige sluiers. De schaduwen vallen op het kabouterdorp waar Repel woont en zorgen voor een betoverend lichtspel van schitteringen. Mooi gevormde bladachtige schaduwvlekjes vallen op zijn paddenstoel vormige huisje. Het is een fikse lentewind die de dunne twijgen doet wiegen die zo hun schaduwen in het ronde toveren dat het een blijspel voor het oog is. Repel staat in zijn deur en kijkt zich lui uitrekkend, naar de azuurblauwe hemel. De geur van drie grote rode rozen die juist boven het reuzen voetstap-zwembad naast zijn huisje hangen bedwelmen hem.
Wat een heerlijke ochtend. Het lijkt alsof een Tuinfluiter(klein bruin vogeltje met een zwart kopje) Zijn gedachte wil beamen: "Zo een zonnige dag is lang geleden in het verleden" fluit hij met bijna het geluid en volume van een merel. De zang sterft uit in de achtergrond van de ruisende wind tussen bomen en struiken. Vanuit de verte antwoordt een zelfde gouden stemmetje, zacht klinkt het; "Eindelijk is er zomer, het prinsesje van mijn dromen zal nu spoedig komen". De ritselende bladeren vertellen het nieuws door, en het lijkt of de wind wil helpen door harder te blazen... Repel schrikt alsof hij door een wesp wordt gestoken, als het antwoord vanuit de pioenroos vlak naast zijn voordeur hem kei hard in de oren klinkt. Hij moppert wat in zichzelf en werpt een blik naar terrasje dat de vorm van een arendskop heeft.
Op de witte tafel die daar staat, zit Rossy de kater en kijkt naar hem een voorpootje iets van de grond. Papopel ziet niets en zit met een langwerpig oranje stokje op een in de wind wappert stuk papier te krabbelen. Wat zou die weer uitbroedde? Vraagt Repel zich af. Hopelijk geen poezendorp hiernaast als buur! Papopel zegt altijd dat alle poezen, maar vooral Rossy kat lief is, maar ik als kabouter zal toch maar goed oppassen! Waarschijnlijk eet die lieve Rossy ook wel kabouters! Toen ik gisteren in de tuin aan het werk was, (het mierenvalletje controleren bij de stam van de kersenboom), sprong plotseling dat oranje witachtige monster boven op Gerrit de Merel. Vlak voor mijn neus, hij wilde juist een vers geplukte kers rustig in het gras opeten.
Verstijft van schrik bleef hij als dood liggen. Hij bewoog voor geen cent meer. Ik dacht dat het met Gerrit gedaan was. Toen Rossy, want zo heette dat oranjewit monster, van Gerrit wegkeek en zijn poot terugtrok, vloog Gerrit de Merel er als een bliksem vandoor. De voorpoot van Rossy trof hem nog juist even en hield een slagpen uit Gerrits vleugel in zijn klauw. Dat was op een veer na goed afgelopen. Gerrit ging daarna vlak boven Rossy in de kersenboom zitten en liet een lachende riedel horen "tjalk, ka- tjakaka- tjarrrrrrrit". Even later was alles weer vredig rond het kabouterdorp. Repel zag dat Rossy op een kokosmatje ging liggen en iets miauwde tegen Papopel die onverstoord door krabbelde met zijn oranje stokje.
De wind maakte ruismuziek als een synthesizer, hij bespeelde bladeren en twijgen, en lied het windorgeltje tingelen dat langs de muur hing, een dikke els maakte drumgeluidjes door dat hij langs een dikke tak schokte van een buur boom, met af en toe piepgeluiden. Mooie schaduwen speelde betoverend over het tafelblad en Rossy kat mauwde zacht. Wat was het genieten in Papopel s tuintje. Na al die kou en winterregen, een eerste zomerse dag aan het bijna einde van de lente "De kersen zijn rijp" roept fluitend de merel, " voor iedereen genoeg zelf voor mij, toch echt een ferme kerel."
Thl235102018 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet.

 

 

Home