Het meisje en de gouden draad

Nieuwetijdsprookjes

Nieuwetijd kerstverhaal. Geschreven door Thl

Eerste hoofdstuk

Kerst feest bij Opa

Traag dwarrelen de sneeuwvlokjes naar beneden. langzaam maar zeker bedekt een witte donsdeken huizen en tuinen. De avond valt het is grauw en triest buiten. Twee lichtjes priemen door het half duister midden op de weg, alsof ze de weg zoeken tussen de dwarrelende sneeuwvlokken. Een besneeuwde grappige kleine auto gleed langzaam voor een half verlicht venster van een huis onder een straatlantaarn die een poging doet om aan te gaan. De auto twijfelt even en stopt dan, zijn lichten dovend.
De deur van het huis gaat open zonder dat er is aangebeld. Een man op leeftijd staat in de deuropening en begroet de aangekomenen hartelijk en ontvangt zijn kleindochter voor een korte kerst vakantie bij hem. Zijn dochter, haar moeder moet echter weer snel vertrekken en neemt alvast afscheid van haar dochter. "Dag Roseliene, Opa niet te veel plagen hé", zegt moeder als haar dochter met haar pop onder Opa's arm door snel in de deuropening verdwijnt, "en zonder mopperen naar bed gaan als Opa het zegt", roept ze haar kind nog bezorgd achterna. Tot morgen Roseliene zegt moeder, en ze werpt Roseliene nog een kushandje toe, die al binnen voor het besneeuwde raam staat en met een lief gebaar het zelfde doet. Snel vertelt moeder haar vader die nog in de deur staat, dat ze naar Freek gaat die ernstig ziek is, hij knikt begrijpend terwijl zijn gezicht wat triest wordt.
Na een aanmoedigend woordje van hem stapt ze in de auto. Met een zacht gezoem rijdt het wagentje weg, alsof er geen motor inzat. Daarna gaan de lichten van de auto aan, zeker bijna het licht vergeten meent Opa, zwaait nogmaals naar haar en gaat naar binnen.. Roseliene ziet de auto van haar moeder in het donker verdwijnen maar is een en al aandacht voor de tafel die vlak bij het raam staat. Wat een rommeltjes allemaal! De tafel ligt altijd vol bij Opa. Gereedschap, transistors, vreemdsoortigste kastjes met veel knopjes en venstertjes die oplichten, luidsprekers, een cd player, talloze draadjes en weerstandjes en dingen die ze niet kent, buiten meters dan, die vond ze altijd interessant.
Opa vertelde haar eens waarvoor hij die zoal gebruikt. Daar snapte ze niets van, maar liet daar niets van merken. Ja, Opa kan werkelijk alles! Vorige week was haar pop ziek geweest, een stijve nek had ze, muurvast zat hij. Opa had voorzichtig het hoofd losgemaakt en met zijn meter en tangentjes erin geopereerd en na een half uur was haar pop weer genezen. Het mooie was: voor haar ziekte kon ze haar hoofd rechts en links bewegen en zo naar je praten als je haar wat vroeg. Maar na de operatie door Opa, kon haar kindje het hoofd zelfs helemaal naar achteren draaien. Naar rechts ging niet meer, maar dat vond Roseliene niet erg, want ze had haar toch altijd op de rechterarm. Deze keer had Opa na de operatie helemaal geen schroeven overgehouden!. De week daarvoor had haar popje iets aan de keel gehad. Ze sprak ontzettend hees. Opa had toen haar hele rug opengemaakt en met een soort kleine televisie erin gekeken. Ze had het hartje van haar pop zien kloppen op een schermpje. Roselientje had met schrik in haar beentjes haar hartje vastgehouden, vooral toen de rechterarm plotseling van haar popje afviel. Na een operatie van wel een uur zat alles weer op zijn plaats en haar stemmetje had weer helder geklonken.
Opa was een knappe dokter dacht ze bij zichzelf. Haar mama kon ze niet goed begrijpen, ze zou haar zieke broer toch bij Opa kunnen brengen. Opa had vast wel een oplossing. Hier op tafel lag het vol weerstanden en oom Freek had juist gebrek aan weerstand zei moeder. Tientallen malen had ze al horen zeggen thuis. "Freek heeft helemaal geen enkele weerstand meer". Al was ze dan pas zes jaren oud, ze zou het wel weten als ze mama was. Toen Opa binnen kwam zat ze op de stoel voor de openhaard. Lekker is die warmte, en je kunt zo fijn naar de oplaaiende vlammen kijken. Na een dikke knuffel zegt Opa dat ze de kerstboom gaan aankleden. Aankleden zegt Roseliene verbaast, hebt U dan kleertjes voor hem gemaakt en ondertussen kijkt ze hem ondeugend aan.
Eigenlijk lijkt opa wel een beetje op die struikrover uit een tv film met zijn ruige baard vond ze, alleen het lapje voor zijn oog ontbrak, maar dat durfde ze hem niet te zeggen. 'Nee mallerd zegt Opa we gaan er lichtjes en kerstballen inhangen, wat kerstkransjes van chocola en sterappeltjes die jij altijd zo lekker vind." Men noemt dat de kerstboom aankleden" zegt hij lachend. Mag ik de lichtjes doen Opa? Dat mocht ze en Opa legde even het snoer met de steker voor alle zekerheid bij de stopcontact zo zou die niet tekort blijken. Wat ging die boom er leuk uitzien, al die piepklein lichtjes en allerlei figuurtjes tussen zilver en goudglanzende ballen. Het leukste vond Roseliene echter de chocolade kransjes erin hangen. Opa bleek er minder te hebben dan hij gedacht had...hihi giebelde ze. Dan het spannende moment en daar gingen de lichtjes aan, wat een geschitter en wat een pure mooie kleurtjes. Als ze de ogen half dicht kneep en er naar keek waren het stuk voor stuk gekleurde staartsterren met een hele lange staart. Even zaten ze samen bij het open vuur naar de kerstboom te kijken en Roseliene vroeg Opa of hij een Kerstverhaaltje kon vertellen. Dat zal ik eens doen en daarna als de weerlicht naar je bedje, het is al laat zie ik.
Opa kijkt gauw even op "kindergedichten" en leest een gedicht voor. Het meisje met de zwavelstokjes, ·geschreven door Thl, in gedichtvorm.
Speels dwarrelend valt de sneeuw de laatste avond van het oudejaar het is bitterkoud en donker onverhoeds.
Bibberend loopt langs de straat een klein meisje barrevoets. Met rode oortjes luistert ze toe en als Opa uit verteld is rolt er een dikke traan over haar wangen. Dit is maar een gedichtje Roseliene zegt Opa troostend. Erger is dat in onze tijd nog steeds mensen omkomen in de vrieskou in Europa en andere contineten, omdat mensen buiten in een doos of tent moeten slapen.
Laten we maar hopen dat mensen die in hun geld zwemmen hun een mogelijkheid van een normaal leven gaan geven, "Delen van je overdaad kan geen kwaad zeg ik altijd". Laten we deze als Kerstspreuk houden dit jaar. En nu, naar bed naar bed zei Duimelot. Eerst nog een chocolade kransje zei Roseliene gauw... en opa moest lachen dat het huis ervan daverde. Snel huppelt ze naar boven de trap op, Voordat Opa boven is heeft ze haar pyjama al aan en springt op het veel te grote bed. Ze kent het kamertje op haar duimpje.
Ze logeert wel meer bij Opa. Het is een heel knus kamertje speciaal voor haar ingericht. Hier en daar hangen knuffels aan de muur en mooie prenten die Opa wel eens verwisseld af en toe. Ha, daar komt hij, ze verstopt zich snel onder het donsbed en komt plotseling weer te voorschijn en roept Boe. Opa doet alsof hij hevig schrikt, en Roseliene giert van het lachen. Ze krijgt een nachtzoen, mooie dromen zegt Opa altijd en doet het licht uit om daarna stilletjes de deur achter zich te sluiten. Wat ligt dit bed heerlijk zacht, ze kijkt naar de wand waar de straatlantaarn die vlak bij het raam hangt een grote lichtvlek op de muur maakt waar Opa een kerstpooster had opgehangen.
Echt kerstsfeer vond Roseliene! Mistige hoge bergen, lange sparren staan langs de kanten van een duidelijk spoor in de besneeuwde weg waar een arrenslee met een echte kerst man en zeven rendieren er voor gespannen aankomt, mooi is die plaat.... Er liggen een boel pakketjes op de slee die besneeuwd zijn. De maan gluurt tussen de wolken en de bomen door. Het erop vallende licht van de straatlantaarn aan het huis wordt lichter en donker! Het lijkt wel of de sneeuwvlokken echt vallen. Plotseling valt er een plakje sneeuw van de kerst man zijn puntmuts. Dit is onmogelijk denkt ze en echt sneeuwen op een poster kan ook niet. Ze kijkt en toch lijkt het te sneeuwen, er ligt al een dikkere laag dan zoeven. Ze kijkt nog eens goed naar het tafereel en de kerst man daarop, daar is geen sneeuw afgevallen al dacht ze dat. De kerst man zit helemaal onder zelfs zijn gezicht... Dan veegt de Kerst man de sneeuw van zijn lange baard, de sneeuw valt voor hem in de slee. Met verbazing blijft ze kijken, maar er gebeurt niets meer. Toch wist ze het zeker hij had bewogen.. Ze draaide zich om en zou dan onverwacht nog eens kijken, je weet maar nooit, misschien wilde de kerst man niet dat ze hem zag bewegen.
Hoofdstuk 2
Ontmoeting met de Kerst man

Even lag ze zo en dan draaide ze zich heel snel om. Ze keek, en keek nog eens. Neemaar, de arrenslee was er niet meer! Ze ging rechtop zitten om beter te kunnen zien. Enkel sneeuwvlokken die traag omlaag dwarrelden en de hoge sparren waar de maan tussendoor scheen, een mooi zacht wit licht. Ze ging dichterbij om het beter te bekijken.
Een verlaten karrespoor bedekt met een laag sneeuw, geen spoor meer van de arrenslee met zijn rendieren. Ze kreeg koude voetjes, tot haar schrik zag ze dat ze met blote voeten in de sneeuw stond, ze draaide zich snel om en wilde terug. Enkel een besneeuwde berm met hoog opgaande sparren waren aan de andere kant te zien, waarboven hoge besneeuwde bergen glinsterend belicht door het schijnsel van de zilveren maan. Hoorde ze daar belletjes klingelen? Daar klonken ze weer, belletjes en een vaag gestommel, dat al snel luider en luider klonk. Ze keek in de richting van het geluid en zag een vaag verschijnsel voor haar opdoemen ver hoog de besneeuwde bergweg. Ze trappelde van de kou met haar voetjes in de sneeuw, oh wat was dat koud en het begon ook nog heviger te sneeuwen. Vlug ging ze langs de kant toen een stel dieren rennend over het weggespoor op haar afkwamen.
Ho, ho, ho, hoorde ze een stem roepen. Het klonk vreemd en toch bekend. Een zevental rendieren draven haar voorbij met luid geklingel, om daarna de arrenslede pal voor haar stil te laten staan. Verbaast kijkt ze naar de arrenslee die voor haar is gestopt, "Oh", daar is de arrenslee die verdwenen was. "Kom gauw op de bok Roseliene" zei de Kerst man en zwaaide met een handgebaar naar de lege plaats naast hem op de arrenslee met een brede glimlach op zijn gezicht "Je voetjes zouden nog afvriezen zo vervolgde hij". "Geen denken aan" zei Roseliene "en mijn voetjes vriezen echt niet af. Meegaan met vreemde Kerst mannen mag ik niet van Mama"! De kerst man klopte de sneeuw van zijn jurk en zijn baard die prompt afviel en Roseliene zag meteen de wilde stoppelbaard en guitige ogen, waarvan er een met een zwartlapje was bedekt. Opa! "Je bent een echte struikrover nu" zo liet ze zich ontvallen en sprong op de bok naast de Kerst man die zijn baard weer voordeed en er weer uitzag zoals een kerst man betaamd in kerstverhalen. Hij haalde een klein kerstpakje tevoorschijn en gaf het aan Roseliene even later zag ze eruit als een klein kerstvrouwtje, met een dons gevuld puntmutsje op, met kwast. Hoe heerlijk warm voelde dat aan en die met bond gevoerde laarsjes die ze snel aantrok! De kerst man trok aan de leidsels van de rendieren en daar gingen ze bijna geluidloos over de weg, alleen de belletjes en de ijzers op de sneeuw maakten een tingelend en slissend geluid. Het klonk als muziek in Roseliene 's oren. Toen ze even later opzij keek zag ze tot haar verbazing dat ze in een grote boog omhoog gingen.
De statige lange sparren werden langzaam aan kleiner en kleiner, het weggetje was een dun lijntje geworden en in de verte onder haar zag ze een dorp tegen een berghelling, schattig en wonderschoon lag dat daar met al die verlichte venstertjes en twinkelende straatlantaarns. Verderop nog een en naargelang ze hoger gingen kwamen er meer, ze leken kleiner, maar waren toch samen als reuzen kerstboom met veel kleurige lichtjes aan vond ze." Brengen we nu cadeaus rond Opa" vroeg Roseliene." Ik ben de kerst man op geheime missie, je mag me dus geen Opa meer noemen" zei de Kerst man. "Doe je dat toch Roseliene dan kan ons beide weleens een ernstig ongeluk overkomen".. "O best Kerst man" zei Roseliene lachend. Wat gaan we dan doen? We gaan geen cadeaus rondbrengen, dat doen alleen nep Kerstmannen. Hoewel ook zij de grote en kleine kinderen blij kunnen maken en zodoende toch nuttig werk doen.
Ik zal je eerst een en ander uitleggen Roseliene, dan weet je vanzelf wat wij gaan doen. Je weet dat de zon met midwinter heel dicht bij de aarde staat en s' winters in het noorden heel weinig warmte geeft. Dat komt omdat de Aarde met een bijna onzichtbare goudendraad aan de Zon vastzit. Tot aan de midwinter heeft de Aarde zo dikwijls om zijn as gedraaid en die goudendraad om zijn middel opgewonden, dat de zon alleen zijn warmte langs de evenaar op aarde en meer in het zuiden afgeeft. Hoe korter die draad wordt hoe dichter de aarde bij de zon komt en hoe rechter de aarde staat .Als dit zo altijd maar door zou gaan, zou de aarde in de zon vallen en verdampen. Nu zijn we bij onze heel belangrijke maar geheime missie aangekomen". zei de Kerst man." We zorgen voor een Zonnewende!
De goudendraad moet op een bepaalde plaats en het juiste moment onderschept worden, doorgeknipt en door een gat van een opgevroren ijsberg op de noord pool gevoerd worden en dan weer aan elkaar geknoopt worden en wel zo stevig dat de draad niet kan breken. Zodra de aarde in zijn val om de zon zich weer een langwerpige baan neemt en daardoor verder van de aarde afgaat, kan de draad geleidelijk afrollen via dat gat in de ijsberg op de noordpool. Langzaam maar zeker wordt de aarde zo weer scheef getrokken door de lichte druk van de goudendraad. De noord pool van de aarde gaat zo meer naar de Zon hellen en de goudendraad wordt moeiteloos van de aarde afgewonden met toenemende snelheid. Zo worden de dagen in het noorden weer langer en dus warmer. en de weg naar een nieuwe lente begint.
Als op het eind van de zomer door de midzomerwarmte de berg met het gat gesmolten is en de gouden draad terug springt tussen zon en de evenaar, wordt hij opnieuw om de aarde op gewikkeld en begint de aarde weer zijn jaarlijkse terugtocht naar de zon en de dagen worden weer korter aan zijn noord pool. Op naar een nieuwe winter dus..... en later een nieuwe kerst. De kerst man moet dan weer op pad voor zijn jaarlijkse missie." " Ik wist niet dat de kerst man zo knap was en dacht echt dat hij een soort lieve domme in het rood geklede postboden was, die enkel pakjes via de schoorsteen bezorgd" zei Roseliene, die het hele verhaal aandachtig gevolgd en begrepen had ( Jij ook?)
De kerst man vroeg Roseliene even de teugels over te nemen en de richting naar de vollemaan te houden zolang dat kon.. Dat deed ze maar al te graag, maar toen ze de teugels ongelijk strak hield begon de wagen een bocht te maken en gevaarlijk naar een zijde over te hellen. Al gauw had ze door hoe je dat doet, trok de andere teugel wat strakker en toen ze weer recht op de maan afstevende liet ze de teugels vieren en bleef mooi op koers. Wat gingen ze snel, ze durfde amper naar beneden te kijken. In de verte zag ze dat het landschap helderder werd, grote meren met bossen omgeven en grote en kleine steden waarvan de lichten nog net te zien waren.
"Niet naar de maan vliegen zei de kerst man, je moet wat lager blijven Roseliene"! "Zie je, de maan klimt boven ons doordat wij zo snel gaan, dat is ook de reden dat het aan de kim al lichter wordt. Ik zal de teugels weer overnemen". Dat vond Roseliene best, ze vond het erg inspannend de rendieren in de goede richting te houden. Na korte tijd verscheen de zon aan de horizon in de verte, haar eerste roodgouden stralen priemden al over de horizon." Als we onder de zon door zijn kunnen we de goudendraad onderscheppen, dat zal al sneller zijn dan je verwacht" zei Kerst man. Roseliene genoot van het uitzicht, ze waren boven een prachtig wolkendek dat allerlei vormen vertoonde, van reusachtige roofvogels tot dino 's die steeds maar groeiden en veranderden in weer andere griezels en het leek of de rendieren met hun arrenslee over de brede ruggen voort stoof. "We zijn op het punt" riep de Kerstman," neem snel even de teugels over" en terwijl hij het zei had ie al een vreemdsoortige goudenstok met aan het uiteinde een open krul in zijn hand, "links aanhouden" riep hij, Roseliene trok bruusk aan het linker leidsel en de slee zwenkte links en hing gevaarlijk scheef. We hebben de draad riep de Kerst man, nu de teugels vieren, goed zo! Houden zo!. De slee kwam weer recht, na een grote bocht van de zon af te hebben gemaakt. We gaan zo naar het noorden merkte Roseliene op. En dat was ook de bedoeling. De kerst man zette de goudenstaaf vast op een daarvoor bestemde plaats in een gat achter op de arrenslee. Beiden keken ze toe hoe een schitterende fijne goudendraad door de krulling van het open oog liep doch door een draaiing daarin gevangen zat. Door het oog heen glijdend waaierde de draad uit en schitterde in vele kleuren. De arrenslee die voortsnelde naar het noorden, maakte dat er een boog in kwam. Het leek wel een regenboog, maar dan van heel dicht bij vond Roseliene. Zo vlogen ze langs de hemel, met de goudendraad in een boog achter hen aan. Het wordt vast slecht weer Kerst man zei Roseliene en ze verborg een glimlach omdat ze de nadruk op "kerst man" legde. "Het is daarginds vreselijk donker" hernam ze. "Het is er enkel heel koud denk ik" zei de kerstman. "We naderen de noord pool, en daar is s' winters geen zon die zit juist onder de horizon. Het is er twee maanden nacht!". O, zei Roseliene, "dat wist ik niet en in de zomer"? "Goede vraag" zei de Kerst man. "Rond midzomer is het hier twee maanden dag en gaat de zon niet onder". Ondertussen zag de kerstman dat zijn kompas in alle richtingen het zuiden aanwees. We zijn er bijna riep hij Roseliene toe, juist toen er een reusachtige ijsberg uit het duister opdook.
Met zijn ervaring zag hij meteen dat dit de juiste was en stuurde recht op de top af, liet zijn laserlantaarn oplichten, vond snel de opening en koerste er recht doorheen. Roseliene stond versteld toen ze zag hoe haar Opa toen ze door het gat waren gevlogen snel een stropknoop in de smalle lus van de doorgetrokken gouddraad legde, rechtsom ging met de arrenslee, even stopte, ondertussen de geknoopte lus aan de draad die naar de zon terug liep met een dubbele platte knoop vastmaakten en daarna met een glinstert schaartje het stukje draad tussen de lus en de platte knoop, die buiten het gat langs de bergwand omliep doorknipte.
De gouden draad gleed nu door het gat in de ijsberg en maakte via het gat een verbinding tussen Aarde en Zon. De arrenslee met de rendieren was bevrijd van de draad en daalde. Roseliene was gaan staan en sprong in de lucht van vreugde, "Ho, ho, ho, dat is knap Opa" riep Roseliene, en ze klapte in haar handjes, "helemaal te gek Opa"! Op het zelfde moment maakte de arrenslee een onverhoedse draaibeweging. Roseliene valt over de rand, wil zich nog vast pakken, maar kan de slee niet meer grijpen. "Help" schreeuwde Roseliene, "help me dan toch Opa"... als een steen valt ze door een groot schaap in het wolkendek dat niet eens mekkerde door deze verwonding het gat sloot zich meteen weer. ze wil zich nog vastpakken aan een daaronder voortdrijvende olifant, ondertussen maakt ze wanhopige zwembewegingen.
Een zucht trekt door haar heen, de wind giert om haar oren en de belletjes van de rendieren worden van helder klingelende tot steeds lager en lager geluid van uit de verte. Daar beneden ziet ze een kerstboom vol lichtjes die groter en groter wordt, nee maar... het is een dorp met huizen, een kerktoren..... De wind zoefde in haar oren en ze valt, valt in een diep donker gat dat geen einde scheen te hebben. Dan volgde een vreselijke schok van het neerkomen en veert weer op zoals bij een trampoline, ze kijkt verbaast rond, haar hartje gaat wild te keer. Ze bibbert over haar hele lijfje. Ben ik niet dood? Ze kijkt onwezenlijk rond en ziet een grote lichtvlek op een poster. Daar was de arrenslee met de kerst man..... in het licht van de straatlantaarn, de knuffels aan de muur... Ze zit rechtop in haar bed," brrr toch maar koud zo". Ze ging diep onder de donsdekens en sliep gerustgesteld weer in.
s 'Morgens onder het Kerstontbijt keek ze naar Opa, die krentenkerststol met kaas zit te eten," Wil je iets vragen", zegt hij met een half lege mond en een glimlach. " Is de kerst man echt Opa? En is het in de winter twee maanden aan een stuk nacht op de noord pool?" "Dat moet ik even in het boekje opzoeken Roseliene" zegt Opa enigszins onduidelijk door zijn volle mond en neemt haar aandachtig bekijkend nog een slokje koffie. "Kunt U dan gelijk even nakijken of een struikrover heel soms, een echte Kerts man kan zijn"? Dan proest Opa het uit van het lachen, Een struikrover die soms Kerst man kan zijn!!!??......Who, ha, ha ha ha, lacht opa schuddebuikend en Roseliene lacht gezellig mee.
Thl20120980Auteursrechten voorbehouden volgens de wet
Einde.

 

 

Home