De arme tuinman en de dwergen

Nieuwetijdsprookjes

Kinderverhalen
Heel kort geleden was er eens een tuinman, die zonder daar zelf schuld aan te hebben héél arm was.
Op een morgen liep hij door zijn tuin en zag tot zijn verschrikking dat er weer een paar mooie vogeltjes dood in zijn tuin lagen.
De tuinman ging ze met een triest gevoel begraven, daardoor brak hij ook nog de enige amzalige hark die hij bezat
Zijn schep had ook niet meer de sterke steel van vroeger, die was op een dag zomaar doormidden gebroken.
Toen hij klaar was zette hij wat bloemen op de vogelgrafjes. Die zullen wel goed groeien, zo dacht hij.
De tuinman zag dat zijn tuin er slecht aan toe was, overal aangevreten bladeren door rupsen en andere insecten en zieke fruitbomen.

Tot zijn schrik dacht hij dat hij geen geld meer had om insectenverdelger te kopen, ook het onkruid moest hij nu met de hand uittrekken,
het laatste vergif had hij de dag ervoor opgemaakt. Hij wist niet hoe het nu verder moest.
Hij besloot de volgende morgen eerst maar zijn hark en schep te repareren. hij had nog juist twee stelen en wat plankjes voor nieuwe nestkastjes te maken.
De tuinman legde dit alles in zijn schuur op een kleine werkbank die daar stond, en dacht als ik nieuwe nestkastjes maak gaan er vogeltjes in wonen,
de oude kastjes die er hangen zijn zo krakkemikkerig en worden niet meer bewoond.
Zo krijg ik weer de mooie vogelezang om me heen, zoals dat was toen ik begon met mijn tuinwerk en het stuk grond nog helemaal wild was geweest en boorde vol onkruid stond.
Zo begon hij met de hand onkruid te plukken en de rupsen wat te verwijderen, tot het avond werd, omdat hij honger had hield hij op.
Na het avondeten, viel hij als een blok in slaap en droomde van een tuin die overvloedig was met groenten en fruit,
en in zijn droom at hij zich voor de tweede keer helemaal rond met allerlei lekkers uit z'n tuin.

s' Mogens werd hij wakker en dacht meteen zorgelijk hoe hij de stelen aan zijn hark en schep moest zetten.
Na het ontbijt liep hij de schuur in, hij keek en keek nog eens, daar stond zijn schep met de nieuwe steel erin ....en de hark.
Op de werkbank stonden twee vogelhuisjes mooi groen, hij bekeek ze eens goed, en zag hoe mooi en goed ze inelkaar gezet waren.
Er was zelfs niet één krom geslagen spijker, hoe mooi waren ze opgeschilderd, een raampje diende als ingang met een takje als instapje eraan.
Hij wist niet wat hij ervan denken moest. Even later stond er een man aan de poort, die vroeg of hij misschien ook tuinversieringen verkocht.
"Eigelijk niet", zei hij, "maar ik heb wel een paar nestkastjes voor vogels, kijk". "O die neem ik", zei de man, en zo had de tuinman wat geld die dag.
Vrolijk nam hij de schep en hark, vergat al zijn zorgen en werkte de hele dag met veel plezier.
Tegen de avond dacht hij: ik ga voor dat geld plankjes kopen en ik maak de zelfde vogelkastjes na.
Zo gezegd zo gedaan, en hij zette de plankjes tegen de werkbank voor de volgende morgen.
s' Avonds had de tuin een heel ander aanzicht gekregen door het vele werk dat de tuinman gedaan had.

Binnen gekomen vertelde hij het gebeurde in geuren en kleuren aan zijn vrouw ,
die promt zei "als je me in de maling wil nemen moet je het zeggen, zijn onze zorgen al niet groot genoeg, ik vind het echt niet iets om grapjes over te maken" en ze deed een beetje boos.
De arme tuinman wist het nu helemaal niet meer, en dacht, daar kan ik niet tegenop.
Zou ik het zelf geloven als mijn vrouw me zoiets vertellen zou?
Zo deed hij er het zwijgen toe, maar bij zichzelf voelde hij desondanks alles een vreemd gelukzalig gevoel van zekerheid.
De volgende morgen, na eerst zijn werk van de vorigedag bewonderd te hebben,ging hij de schuur in .
Wat was dat, op de werkbank stonden zes vogelhuisjes te pronken. Wat dichterbij gekomen nam hij er een in de hand en verwonderde zich weer over de mooie afwerking.
Hij besloot meteen om niets tegen zijn vrouw te zeggen deze keer, straks ging ze hem nog uitlachen ook!
Helemaal blij ging de tuinman weer in de tuin bezig. Er kwamen wat mensen en de mooie kastjes waren zo verkocht,
Ze hadden het van andere gehoord zeiden ze, en daarom komen kijken. Het kwam de tuinman goed uit, zo was het ongeloof van zijn vrouw geen probleem.
Hij had nu flink wat geld en kocht wel voor twintig vogelnestkastjes hout. Die hij de volgende dag met gemak verkocht.
Ook zijn tuin werd steeds mooier en voller. Ondertussen had hij ook nieuwe kastjes voor de vogels opgehangen in de tuin.

Zo ging het wel een jaar door, zijn vrouw maakte lekker eten het meeste uit eigen tuin wat heerlijk smaakte,
0 zij kon er wondertjes mee doen.Telkens zei: ze" je begint het nu in de vingers te krijgen ik heb nog nooit zo veel en zo'n tevreden klanten bij je gezien".
Toen, in een volgende zomer stond de tuinder een keer heel vroeg op, en liep de tuin in, want hij had de indruk dat hij al dat werk in de tuin ook niet alleen deed.
Wie schept zijn verbazing toen hij in de tuin tientallen vogeltjes bezig zag, de een zong en de andere maakte akrobatische toeren om de rupsen en insecten te verschalken,
ze vlogen van de een in de andere struik en kijk die roodborst, hoe die een vette larf uit een koolplant meeneemt om er recht mee in een van de vogelhuisjes te vliegen..
Het was een lust om te zien. Er begon bij hem een lichtje te branden.
Eigenlijk werd de tuinman ook nog een beetje dronken van al die heerlijke geuren van bomen en planten die in bloei stonden,
en in eenkeer wist hij dat hij nooit meer vergif tegen insecten en onkruid zou gaan gebruiken.
Hij dacht aan de vele dode vogeltjes die hij steeds had moeten begraven., dat nooit meer al had hij heel het geld van de wereld.
De vogeltjes leken wel de kaboutertjes die in sprookjes werkjes deden, maar in die kleine mannetjes geloofde hij echt niet.
De hele dag werkte hij weer met veel plezier in zijn tuin, had vele klanten en ging daarna een berg hout kopen,
om op zijn wonderwerkbank te zetten..................
s'Avonds vertelde hij zijn hele verhaal aan zijn vrouw hij had het niet langer voor zich kunnen houden.
Die had verbaast gekeken , en zei nuchter, "dan weet ik wel iets, deze nacht gaan we samen kijken wie al die vogelkastjes op een nacht kan maken".
Om twaalf uur slopen ze samen naar de schuur en keken door een spleet van een half loshangende plank.
Er was niets te zien, doch ploseling ging het licht aan boven de werkbank en vijf heel kleine naakte kereltjes gingen de planken ijverig aan het zagen timmeren,
gaten boren en schilderen. Van schrik liepen de tuinman en zijn vrouw vlug naar hun huis en hadden een uur nodig om bij tekomen.
Eenmaal wat bekomen van de schrik, zei de vrouw van de tuinman: "dit is te gek, we moeten iets terug doen voor die dwergen,
weet je wat, ik ga voor alle vijf kleren maken", "dan maak ik slofjes voor alle vijf zei de tuinman".
De volgende dagen stikte de vrouw vijf mooie broekjes, een passend vestje erbij ze breidde sokjes en nog overhempjes en rode mutsen.
De tuinman maakte vijf paar mooie tuinsloffen wat hij heel goed kon. Ze vonden het allebei prachtig die kleding, nog vijf riempjes en alles was af.
s'Avonds zouden ze het op de werkbank gaan zetten inplaats van de planken die de tuinman elke avond ging neerzetten.

Ze besloten iets voor twaalf door de spleet te gaan kijken om zo te kunnen zien, of de dwergen er wel blij mee zouden zijn.
Toen ze door de spleet van het loshangende plankje keken, zagen ze om klokslag twaalf het licht boven de werkbank aan gaan.
De vijf dwergen liepen eerst wat vreemd tussen al die kleertjes door, tot een van hen wat ging aantrekken.
Na wat passen en wisselen waren ze allen aangekleed en zetten hun mutsen op.
De een recht de andere helemaal scheef. Het was een gekke bedoening, en ze begonnen van vreugden te dansen op de werkbank.
Ze spongen wild in het rond en zongen,

Jere jere, wat hebben we mooie kleren,
Waarom zouden we nu nog timmeren leren
.

De tuinman en zijn vrouw gingen helemaal vrolijk naar huis, Ze waren blij dat ze iets terug hadden kunnen doen.
De avond daarna, bracht de tuinder weer een lading planken naar de schuur,
Hij schrok wel de volgende morgen,
De planken stonden allemaal nog op dezelfde plaats,
en als hij er zelf geen kastjes van heeft gemaakt staan ze er nu nog.
De tuinder vond het echter niet zo erg,
want hij had héél veel geld verdiend,
Hij werkte elke dag met veel plezier in zijn tuin,
en heeft nooit meer een cent uitgegeven om vergif of andere bestrijding middelen te kopen.
8120514THLauteursrechten voorbehouden volgens de wet

 

 

Home