Mei o mei wat een lente

Gedichten van Thl

Mei o mei, Wat een lente!

Hoera, het is weer mei.
Kom mee naar buiten, kom erbij.
Er is hier zoveel moois te zien.
Even wennen en genieten voor tien.
Ver van autogassen, stof en stadsgedruis,
want die zijn voor je geest en lijf niet pluis.

Loop met me mee in t' wilde bos
om de nachtegaal te zoeken
Te horen en te zien!
Er zijn er zeker nog wel tien.
Het zonlicht maakt alles wondermooi,
Vooral die bomen in hun lente tooi.
De kornoeien bloeien
de insecten stoeien,

�O wat geurig is de lucht
je haalt diep adem door een zucht.
Daar valt een druppel op mijn neus,
Oef, regent het nu heus.
We vluchten onder een hoge boom.
Wat is die natte wereld schoon.

De zon breekt door
en maakt elke druppel tot een diamant.
Een roodborst zingt jubelend zijn lied,
vlak bij je, aan de rechterkant.
Daar boven in de boom,
Hier in het bos is je leven een ware droom.
De zorgen vallen van je af,
�je leeft als in een ver verleden tijd
buiten drukte en bedrijvigheid.

Onder je voeten laat het grind zich horen.
Dit is echt natuur, bijna voorgoed verloren.
Ik strek me uit in het zachte mos
en kijk naar zich stapelende wolken
Die de blauwe hemel druk bevolken.

Twee grote vleugels aan een staart
en zie er ontstaat een drakenkop.
Zijn ogen zwellen zienderogen op,
een grote bek spert open.
Hij laat wat druppels lopen,
hij zwelt nu verder op,
als een Reuzekop.
De zon maakt lichtjes in zijn ogen
Ach,
nu wordt hij tot paddenstoel verbogen.

Een winterkoning zingt met hoge schrille stem,
op de tak van de goudgeel bebloemde brem.
De zon kleurt de wolkenranden Orange rood.
Vreugde stroomt nu door me heen.
Een gevoel van geluk en dankbaarheid.
Voor wat van de natuur nog rest, een kleinigheid.
THL 245114 Auteursrechten voorbehouden volges de wet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Home