De levensstorm

De levensstorm,*** ∑

Op een mooie zomerdag stond aan de kade een schipper die trots zij boot bezag.
Jaren had hij hem bevaren, trotseerde de grootste storm en gevaren.
Nu, na vele jaren routinewerk zou hij Mare-Tranquilitatus gaan bevaren.
Al gauw zat hij op een verborgen klip, die klip heet Onbegrip.
Daartegen had hij zijn boot in twee gevaren.
Wat hem rest is de zee der onrust te bevaren.
In duizelingwekkende vaart stortte brokstukken boot, en schipper, over de woeste baren der zee van onrust door de klippen heen.
In een woeste worsteling van kennis en onbegrip pakten gebroken stukken zich samen,
losten op en verdwenen in een woeste stroom die naar het diepste der diepte voer, in een werveling van water.
En wat eens schip was, werd tot een gigantische wervelende kracht van onrust die zich een weg baande door de onbekende wereld,
waar rust en onrust op elkaar in renden.
Dan zonder enige onnodige beweging schoot een glinsterende massa snel omhoog naar een oppervlak vredig en stil,
doch bruisend van vreugdevolle activiteit en zonder gril.
Stralend lag daar onder volle aarde de schipper en zijn schip.
Onbewogen keek de schipper over het water en zag de klip, de klip van onbegrip, waar hij eerder met zijn boot op liep.
Die was er altijd al, maar hij zag hem niet
Zijn boot was heel, de omgeving reŽel, en als in een droom vond hij zijn einddoel dus.
Mare Tranquilitatus.
Thl1819002auteursrechten voorbehouden volgens de wet

 

 

Home