Symfonie, Het wezen

Symfonie, HET WEZEN.***

In een symfonie van geluid
verdwijn ik in een zwak deinend oppervlak,
gehoorzaam alle doorgaande en vaste vormen omgevend,
uit oer verlangen gedreven.
Geen mens aanschouwde me,
of toch, maar niet bewust!
Jaar in jaar uit, stil strevend,
soms abrupt onderbroken
of in andere vorm gestoken,
zomer en winter het zelfde spel,
die nimmer aflatende symfonie van geluid,
geschapen uit vloeibaar kristal.

Niemand keek,
niemand weet,
ik ben niemendal.

Al wachtend is dan mijn tijd gekomen,
iemand kan nu m'n symfonie vertonen.
In mijn verstarring keek hij toe.
Zijn vreugde groeide met mijn vormen,
in schitterend kristal gedragen op mijn altijd deinend oppervlak
verstarde mijn beeltenis op zijn geraffineerd gevormde voet.
Elk deel der symfonie vastleggend in mijn uitkristalliserend lichaam.
Al lustig speels doorstroom ik mijn vaste vorm,
m'n klanken honderdvoudig weerkaatsend in mijn gewelven.
Hen voedend met zichzelf,
als naklank der echo in mij,
nu zichtbare wezen, uit te drukken in lichtflonkering,
het grote licht reflecterend,
dat me eens mijn mogelijkheden gaf.
Dan is mijn tijd voorbij.
Gehoorzamend aan m'n opgelegde mogelijkheden
herneem ik weer mijn vorm voor dit moment.

Iemand keek,
Iemand weet,
ik ben nog overal.
Thll171852 auteursrechten voorbehouden volgens de wet

 

 

Home