Een mooie lange zomer

In de zomer wordt de bloem tot rijpe vrucht.
De vogels broeien.
De mens hij zucht.
Kijkt uit naar zijn vakantie en wat rust.

De Wielewaal vlecht ijverig zijn nest
Dat schommelt als een wiegje
tussen de takken van twee bomen.
Broedend gaan er jonge Waaltjes komen

Diedeldjoo klink uit de verte,
de boer hij oogst zijn erwten.
Weldra gaat hij het koren maaien.
De kinderen maken hun vlieger klaar.
Dat doen ze bijna elk jaar.

Dat geeft plezier kost weinig geld.
Straks rennen ze over de boer zijn veld.
Dan komt er onweer, t' was voorspeld.
Met donkere grauwe luchten,

Het water stroomt de hemel uit,
je ziet dan mensen binnen vluchten.

Hagel valt op de daken alsof
ze pannen willen kraken.
De straten lopen onder,
Met veel geluid en hard gedonder.
De bliksem klieft de hemel door.
Soms laat ze dan een rokend spoor.

Dan komt de zon met gouden regenboog,
Hij staat daar prachtig beren hoog,
Daar waar hij de aarde raakt
Vindt men een gouden schat.
Waaronder de sterkste wagen kraakt.

De zon werpt gouden stralen langs de wolken heen.
Een hemels schouwspel, mooi voor iedereen
Kinderen dokkelen door de straat,
die nog helemaal onder water staat.
Ze varen met hun bootje van plezier
Nooit zagen ze zoveel water hier.

Gaan ze slapen als het avond wordt
van het spelen erg moe.
Dan dekt moe hen met een zoentje toe
De zomer gaat, de herfst komt.
Er vallen al bladeren op de grond!
Wat was de zomer snel voorbij,
Even terug was het nog mei.
Die lange mooie zomer is voorbij.
Thl27201077 Auteursrechten voorbehouden volgens de wet.

 

 

Home