Een gedichtje maken

De Meester van de klas vraagt ons een gedicht te maken.
Zonder enig schaamrood op zijn kaken!
Alsof hij het zelf heel goed kan
volgens hem rijmt: Jan op koekenpan.

Vanuit de school loop ik rechtstreeks in de tuin
en zuig een gedichtje uit mijn duim.
Ja echt, die zit nog helemaal vol.
Ze waren opgeborgen in m'n bol.

Ik fluit van plezier, twee vingers in mijn mond.
Van schrik vliegen vogels van de grond.
Een laat iets vies vallen op mijn bol.
Het loopt door mijn haren, ze zitten helemaal vol.

Snel ren ik naar binnen toe, naar huis.
Gelukkig is mijn moeder thuis.
Moeder streelt zoals altijd door mijn haar
"Ek, bah, wat voelt dat raar"!

"Kom" zegt ze "dat varkentje wassen we even uit
Je bent en blijft mijn lieve kleine guit".
Thl 201091Auteursrechten voorbehouden volgens de wet

 

 

Home